Bij wijze van openingsgebed schreef ik daarbij:
Openingstekst
(een psalm bij ons mensbeeld)
Gij de het begin van alles zijt,
Die uit liefde het leven ademde
in wezens uit uw liefdevolle handen voortgekomen
Levende schepselen werden zij
kruipend zwemmend lopend vliegend werden zij
We kregen namen en taken
mannen en vrouwen werden wij
we kregen lijf en ziel
verantwoordelijkheden en verstand.
Gij, Gij bleef met ons onderweg,
want kwetsbaar waren wij ook
en boos en gevoelig voor afgoden.
Keer op keer riep U ons terug
Wij waren onderdrukt, U bevrijdde
wij zwierven doelloos rond, U gaf richting
Wij zorgden niet voor elkaar, U stuurde profeten.
En via melaatsen, buitenlandse vrouwen
prostituees en slaven
liet U ons zien wat liefde doet.
Laat het vandaag weer zijn
dat Gij roept
Help ons weer elkaar te herkennen
als die eerste met liefde geschapen kinderen van één Vader
Dat wij tussen alle valkuilen, afleiding en verwarring
steeds een gewild en bedoeld schepsel
naar boven kijken
naar boven luisteren
en liefhebben
Deze aarde zal groeien in vrede
Amen